17 november 2004
Ik ga te weinig naar de bioscoop. Dat weet ik al jaren, en ik ben de weinige keren dat ik wel ga ook altijd van plan wat vaker te gaan, maar op een of andere manier komt het er niet van. Daardoor zie ik veel films die ik eigenlijk in de bioscoop had willen zien uiteindelijk op televisie. Meestal zijn de films waarvan ik dacht ik ze moest gaan zien ook zeer de moeite - in de loop der jaren heb ik aardig geleerd om uit filmrecensies en wie bij de film betrokken is op te maken wat ik goed ga vinden. Maar meestal vind ik het eigenlijk wel prima om de film op tv te zien. Tuurlijk, als ik in de bioscoop zit herken ik weer de meerwaarde van het zien van een film op een groot doek, met goed geluid en geen afleiding, maar eenmaal thuis ben ik dat snel weer vergeten.
Af en toe echter komt er een film voorbij waarbij ik echt spijt heb dat ik 'm niet in de bioscoop ben gaan zien. Zo'n film is The Royal Tenenbaums. Er gebeurt visueel zoveel dat een gewone televisie (waarschijnlijk ook een breedbeeld-tv) het niet kan behappen. Potverdrie, hoog tijd om weer eens naar de bioscoop te gaan.
|